Fair Isle verdwijnt langzaam maar zeker achter de horizon. We zeilen een zuidzuidoostelijke koers en het stil in de kuip. De stemming is een beetje weemoedig. Want toen we aan het eind van de ochtend North Haven op Fair Isle uitvoeren, namen we niet alleen afscheid van dit betoverend mooie eiland, maar ook van Shetland en daarmee ook van het hoge noorden.
We zullen het missen. Niet alleen de lange dagen, hoewel die alweer snel korter worden, niet alleen de ongelofelijk vriendelijke mensen, maar vooral de alomtegenwoordige natuur. We zullen voorlopig niet meer opgeschrikt worden door met veel lawaai vissende zeehonden in ons ankerbaaitje. Niet meer op onze wandelingen vergezeld worden door het zoemen van watersnippen en het miauwen van kleine jagers. Niet meer 's morgens ons hoofd uit het luik steken en een twintigtal kuifaalscholvers rond de boot zien zwemmen.
We gaan de - wat sommigen noemen - beschaafde wereld weer tegemoet. De wereld waar, zoals Ann Sinclair - die we enkele jaren geleden op Fair Isle hadden ontmoet en waar we gisteren op de koffie waren - opmerkte, je de boot op slot moet doen.