Onderweg van de Faeroer naar Shetland zeilen we door we het Faroe - Shetland Channel. Een ruim 100 km brede strook diepe oceaan die de wat ondiepere wateren rond de Faeroer van die op het Continentaal Plat scheidt. De oceaanbodem zakt hier tot ruim een kilometer onder ons weg. Het Faroe - Shetland Channel is ook het laatste stuk Noordelijke Atlantische Oceaan wat we deze zomer bezeilen. Als we Shetland voorbij zijn, dan zeilen we weer op onze eigen vertrouwde Noordzee. Het feit dat we huiswaarts aan het zeilen zijn wordt daarmee steeds onontkoombaarder. Maar voorlopig zeilen we nog door de hoge oceaandeining die de straffe noordenwind van afgelopen nacht heeft opgebouwd. Er schuimen grote bergen water onder ons door.
We zijn de laatste dagen snel zuidwaarts gezeild. Onderweg van Raufarhofn, in het noordoosten van IJsland, naar Seydisfjordur - vandaag precies twee weken geleden - passeerden we al de 66e breedtegraad waar we op dat moment al enkele weken boven hadden rondgezworven. De oversteek van Seydisfjordur naar Torshavn op de Faeroer bracht ons op de 62e breedtegraad. En we zitten nu nog maar net boven de 61e breedtegraad. Het lijkt of het met elke graad die we zuidelijker komen, ook een graad warmer wordt. Alhoewel we afgelopen nacht, met die straffe noordenwind, wel weer in vol ornaat onze wachtjes draaiden. Dat wil zeggen iso-ondergoed aan (lange onderbroek en shirt), over de lange onderbroek een dikke fleecebroek en over het isoshirtje twee dunne fleecetruien met daarover weer twee dikke fleecetruien en dat alles afgemaakt met het water- en vooral ook winddichte oliegoed. Dat alles aan dan wel weer uittrekken bij het wisselen van de wacht iedere drie uur, is een hele onderneming. Zeker op een flink slingerend schip. We kijken dan ook uit naar het moment dat de korte broeken uit de kast kunnen. Want dat dat moment er aan komt is dan wel weer een voordeel van de zuidelijke richting waarin we zeilen.